Periode: 10 januari 2009 - 16 februari 2009
Exposant:
Marina Offermans is geboren in Sittard en woont sinds veertig jaar in Amsterdam, een stad die erg aan haar trok na in Sittard en vervolgens Maastricht gewoond te hebben waar ze aan de toneelschool begon, maar die niet afmaakte.
Haar leven is ook verweven met muziek. Muziek is voor haar als ademen. Ze speelt al haar hele leven piano en heeft nog steeds les. Ook dat blijft voor de meesten nog een verborgen bezigheid.
Verder is er de drang om te schrijven: vormgeven met woorden, situaties prikkelend openvouwen door middel van gestileerd taalgebruik.
In sept. 2007 is haar autobiografische debuutroman ‘voorheen mijn moeder’ uitgegeven bij uitgeverij Querido.
Vormgeven met stoffen, eigen kleding maken, kragen die als een soort sieraad op je schouders liggen, waardoor je er, zelfs met jeans en T-shirt, direct mooi en prachtig vrouwelijk uitziet.
Vanuit deze creaties zijn haar hoeden ontstaan, waarvan er nu ook een paar te zien zijn bij ATELIER-OPEN.
Marina Offermans over haar werk:
TOEVAL MAAKT VAAK HET VERHAAL
Een mooi compliment vind ik het altijd als mijn schilderijen door kinderen worden opgemerkt en zij mij dan ook laten weten er telkens wat anders in te zien. Dat betekent voor mij dat het appelleert aan iemands fantasie en dat het niet statisch is, dat er beweging inzit..
Dit, evenals ruimte, is in ieder geval iets wat ik wil zien, zoals er adem in de muziek moet zitten en een zin niet dicht mag slibben met een teveel aan overbodige woorden.
Maar eerst is er de drang om te scheppen, te schilderen.
Ik ga op weg zonder te weten waar ik uitkom en heb al helemaal geen vooropgezet plan of einddoel. Als dat er wel zou zijn, zou ik niet meer op mijn manier kunnen schilderen,
Het geheel zou iets statisch krijgen en dat is nou precies wat ik niet wil.
Het enige wat me begeleidt is mijn gemoed, iets wat zichtbaar gemaakt kan worden in een rustige couleur en dynamiek, een zekere begrenzing ook die iets zegt over het introverte en daar tegenover de schreeuw van de vreugde.
Ik wil me niet bij voorbaat binden aan een iets dat al bestaat. Het verhaal zou immers dood zijn voordat ik begonnen ben. Een ontwerp kun je van tevoren vastleggen, dat moet zelfs om de kijker een zorgvuldig beeld te geven van iets wat nog gemaakt moet worden. Hoewel iemand die een portret wil schilderen, ook een soort van ‘ontwerp’ bij de hand heeft, maar als de schilder zijn eigen intuïtieve wetten volgt en via eigen waarneming / beleving gaat interpreteren, zul je zowel een treffende gelijkenis als een authentieke schildering zien: ‘brutale’ accenten die niet echt zichtbaar waren komen te voorschijn, zonder dat het karikaturaal wordt.
Intuïtief schilderen vraagt echter een andere benadering: er is geen ontwerp, geen voorbeeld, geen model.
Een schildering is een moment in een verhaal, een leven.
Ik gebruik het woord ‘schildering’ omdat het hierbij over de beleving gaat. Het schilderij is het concrete ding, datgene wat in de muziek de noot heet of het bolletje/streepje in de partituur.
De schildering en de toon zeggen iets over de beleving.
Het schilderij moet nooit ‘af’ zijn. Het verhaal’ moet door de lijst heen kruipen: zoals het sprookje dat ik als kind op zondagmiddag in de stadsschouwburg zag, dat in mijn fantasie tussen de coulissen gewoon verderging. Wat je zag, was slechts een onderdeeltje.
Een foto is voor mij ook pas dan geslaagd als je een verhaal, eraan voorafgaand en erna, erbij vermoedt. Het werkelijke verhaal kent waarschijnlijk alleen de fotograaf, maar er moet iets van doorschemeren. Waarom zou het anders een geslaagde foto zijn?
Wat zou het mooi zijn als je iets dergelijks altijd in je schilderen kunt bereiken: dat mensen zich vergapen aan een explosie van kleur en vormen, iets van zichzelf daarin herkennen, de fantasie laten prikkelen en er alleen al om die reden naar blijven kijken.
Aan vormen ontkom je niet, want alles heeft vorm, maar laat de inhoud springlevend zijn en verbind die levendigheid weer aan een andere vorm, een vlek, een streep. Laat het niet ophouden. Wat mij betreft het moeilijkste dat er is. Ik loop voortdurend tegen mijn zelfgemaakte grenzen op. Soms zelfs, suggereer ik lijsten die er niet eens zijn: een begrensd feestje, een uitspatting die even gas terugneemt.
Schilderen: het is een tijdelijk genot en tegelijkertijd kwelling, omdat het je bij de kladden heeft en je niet meer loslaat tot het moment dat het je op een bepaalde manier gelukkig maakt.
Het is een soort samenwerking tussen jou en het materiaal. Als het goed is komt er een luchtstroom van energie op gang en houd je elkaar zo in stand of zakt samen door het ijs.
Het moet maar gezegd worden binnen het gegeven oppervlak en dat is het enige excuus om er op zeker moment mee te stoppen. Dat moment van stoppen wordt gedicteerd door je intuïtie. Door je eigen wetten waar je voortdurend op wilt vertrouwen. Alleen dat laat mij schilderen.
Intuïtieve schepping: iets dat niet uit te leggen is.
Ik hoop dat ik het kan laten zien.
Marina Offermans 2008